PON1 pro-forma

Mijn eerste betrokkenheid bij de analyse van olielozingsrapportages (in Groot Brittannië PON1) was toen ConocoPhillips me vroeg om hun rampenplannen te herzien. Een van de kenmerken van de rampenplannen, of oil spill contingency plans zoals ze destijds werden genoemd, was de verplichte opname van een risicobeoordeling en die tot doel had om aan te tonen dat het verontreinigingsrisico acceptabel was. Hoewel dat voor een gasproducent een geschikt uitgangspunt is, hielp dat niet om te voorkomen dat de plannen stof verzamelden tot hun volgende 5-jaarlijkse update.

De relevantie van risicobeoordelingen voor de planning van een effectieve opruimcampagne kwam onder verdere druk te staan met de rampzalige olielozing uit de Macondo put in de Golf van Mexico op 20 april 2010. Deze tragedie liet iedereen weer eens zien dat het ergste kan gebeuren en dat de olie-industrie niet op een ongeluk van een dergelijke omvang voorbereid was. De publieke verontwaardiging en de politieke reactie hebben mijn beroep er ook weer eens op gewezen dat de manier waarop het met het concept van risico omgaat fundamenteel onjuist is. Het ongeval stelde twee cruciale vraagtekens bij het concept: a) “hoe kan een groot gevaar dat weinig voor komt ooit aanvaardbaar zijn?” en b) “welke methode voor het op waarde schatten van opties voor het voorkomen van lekkages en voor het beperken van de schade is voor een publiek dat geen risico’s wil accepteren, aanvaardbaar?”

Beide vragen zijn onbeantwoord gebleven, maar ik ben van mening dat feiten belangrijk zijn; dat risico onderdeel van het leven uit maakt en dat pogingen om het risico te verlagen zich moeten verhouden tot het werkelijke risico. Om die reden heb ik de analyse van Britse PON1-rapportages die ik in 2006 ondernam bijgewerkt. Ik heb de studie opgedragen aan de duizenden mensen die belangeloos hebben bijgedragen aan het realiseren van een uitmuntende vermindering van olielozingen.

Deze GIF grafiek is een geanimeerde versie van Grafiek 5.2 uit het rapport en geeft het aantal en de omvang van onbedoelde olielozingen door olie- en gas activiteiten op het Britse continentale plat (UKCS) in de periode 1975-2014 weer. De omvang van de olielozingen zijn op de x-as weergegeven en de frequentie op de y-as. De grafiek geeft gemiddelden over perioden van 5 jaar weer. Voor de grafiek zijn meer dan 13.000 lozingsrapporten geraadpleegd. De grafiek laat goed zien dat de bedrijven met olie- en gas activiteiten op het Britse deel van de Noordzee erin geslaagd zijn het aantal onbedoelde olielozingen in de afgelopen 43 jaar drastisch terug te brengen. Zie hoe de gausscurve zich naar linksonder beweegt; richting kleinere volumes en lagere frequentie.

Copyright Jos Tissen 2018 – All rights reserved.

Mark Twain

Er is niets
wat zozeer verbetering behoeft
als de gewoonten van anderen.